Nieuws
Publicaties
Wie aan narcolepsie lijdt, wordt overdag om de haverklap getroffen door acute, onbedwingbare slaapaanvallen. Die aanvallen blijven maar komen, ook als de patiënt 's nachts voldoende slaapt. Nederland telt zo'n 7.000 patiënten.
Wat zou het mooi zijn als we iets van die acute slaperigheid konden nabootsen bij mensen met slapeloosheid, dach-ten wetenschappers uit Leiden, Zwitserland en China. Biochemisch was al duidelijk in welke hoek de deskundigen het moesten zoeken. Enkele jaren geleden is namelijk ontdekt wat er schort aan mensen met narcolepsie: hun hersencellen produceren te weinig orexine. Dit eiwitje houdt het lichaam wakker. Blokkeer je de werking van dit stofje bij slapeloze mensen, dan zouden ook zij logischerwijs iets sneller naar dromenland moeten vertrekken.
De biomedici maakten daarom een medicament dat ervoor zorgt dat het bewuste waakstofje niet aan zenuwcellen kan binden en dus niet werkt. Vervolgens testten ze het medicijn bij ratten, honden en mensen. Ze hadden succes, mel-den ze in het vakblad Nature Medicine. De dieren en mensen werden slaperig en waren eerder onder zeil dan met een placebo.
De onderzoekers gaan het middel de komende jaren op grotere schaal testen, onder meer om de beste dosis te vin-den. Ze verwachten dat het een goed alternatief kan worden voor de huidige slaapmiddelen, die vaak overdag tot versuf-fing leiden, en die ook geheugenverlies en verslaving kunnen veroorzaken. Het nieuwe middel kent die problemen waarschijnlijk niet, omdat het specifieker werkt; het grijpt op een klein groepje hersencellen aan, niet op de massa, zoals de huidige middelen.
Er is nog wel een vrees. Mensen met narcolepsie hebben naast plotselinge slaapaanvallen vaak ook acute spierslap-te en zelfs tijdelijke verlammingen. In het onderzoek hadden de proefpersonen daar geen last van, maar vaak treden deze symptomen pas op als een patiënt schrikt of hard moet lachen; zulke omstandigheden zijn in het lab moeilijk na te bootsen. Misschien verdwijnt het middel dus alsnog in de prullenbak.
Bron: Trouw, 30 januari 2007
naar boven