Nieuws
Publicaties
Roland (23): “Mijn moeder maakte een grapje en ik viel van mijn fiets van het lachen. Het was vreemd, maar we zochten er verder niet zoveel achter. 'Pubergedrag', dacht mijn zus Cindy. Ik was toen vijftien. Maar het gebeurde vaker, soms tien keer op een dag. Als ik kwaad werd of als ik moest lachen, viel ik neer. Bij elke emotie verslapten mijn spieren. Cindy dacht dat ik raar deed en me expres liet vallen. Ze had soms zelfs het idee dat ik dronken was of drugs had gebruikt. Ik sliep ook steeds meer. Als mijn moeder me niet wakker maakte, kon ik gemakkelijk een halve dag achter elkaar doorslapen. Ik had realistische dromen en nachtmerries. Dan droomde ik bijvoorbeeld dat ik vermoord werd en schreeuwde zo hard dat het voor mijn ouders en zusje leek alsof ik het echt beleefde. Het was heel beangstigend. Voor het slapengaan, had ik soms ook last van slaapparalyse: ik raakte tijdelijk verlamd over mijn hele lichaam. Een erg nare ervaring.”
“Uiteindelijk ben ik naar de huisarts gegaan en die verwees me door naar een neuroloog. Die had al snel het vermoeden dat ik aan narcolepsie leed. Doordat ik al die tijd een dagboekje bijhield met alle gebeurtenissen, kon hij goed zien welke symptomen ik had. In het Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen Kempenhaeghe moest ik een aantal testen ondergaan. Daar werd vastgesteld dat ik inderdaad narcolepsie had. Het is een aandoening waarbij je continu een gevoel van slaperigheid hebt en overdag slaapaanvallen van tien minuten tot een half uur kunt krijgen. Ik heb daarbij ook last van kataplexie. Mijn spieren kunnen plotseling verslappen bij emoties zoals woede, lachen, schrik en opwinding, en daardoor val ik. Ook angstdromen, slaapverlamming en concentratie-en geheugenverlies horen erbij.
Hoewel ik opgelucht was dat mijn ziekte eindelijk een naam had, begon vanaf dat moment de moeilijkste periode in mijn leven.”
naar boven